Het eindexamen jaar is duidelijk het aller stomste jaar van de Illustratie opleiding van de HKU. De leraren hebben zo veel “vertrouwen” in je dat je maar één keer in de week 10 minuten les hebt en het verder maar uit moet zoeken. Het komt er op neer dat je een onderwerp kiest wat je interessant vindt en daar dan vervolgens een scriptie over schrijft en op die scriptie baseer je dan weer je uiteindelijke eindexamen project. Het ligt allemaal niet zo nauw dus als je scriptie en project niet helemaal over hetzelfde gaan is dat geen probleem. Nou, dat doe ik wel even, dacht ik. Mijn onderwerp had ik al heel erg snel gevonden dus de rest zou niet zo moeilijk moeten zijn.
Nou, dat werkt dus niet zo, merkte ik vrij snel. Ik ben zo lang bezig geweest met het ontwikkelen van een idee voor mijn project dat ik eigenlijk pas sinds kort echt kon beginnen met het uitwerken. En ergens halverwege mei moet je op 75% van de uitwerking zijn voor de groenlichtbeoordeling. En NATUURLIJK heb ik het mezelf weer veel te moeilijk gemaakt en ben ik nu constant in paniek omdat ik bang ben dat ik het niet af krijg. Jaar 4 is het jaar van de stress en het gebrek aan begeleiding. Nog 10 weken, nog 10 weken elke dag hard werken en proberen het beste uit mezelf te halen. Het is wat. Nu lukt dat vandaag dus voor geen meter (vandaar ook deze blogpost *kuch*) dus wil ik jullie proberen mijn eindexamen project uit te leggen. Want ik sluit me al zo lang op met mijn werk dat volgens mij bijna niemand weet waar ik nou eigenlijk mee bezig ben.

Ik noem mijn project “FOUR LEGS GOOD, TWO LEGS BAD”, wat een verwijzing is naar Animal Farm van George Orwell. Het is lekker overdreven, maar wel duidelijk. Eigenlijk is het onderwerp van mijn project vrij simpel, het gaat over de verhouding tussen mens en dier in deze tijd waarin het dier niet meer is dan een ding. Mensen komen in het dagelijks leven weinig in aanraking met echte dieren, waardoor we steeds verder van ze af komen te staan. Huisdieren zijn gezelschapsmachines, koeien, varkens en kippen zijn zuivel, vlees en eieren, leeuwen en zebra’s zijn die dingen uit die-natuurfilm-van-de-BBC, wasberen en konijnen zijn bont. De media speelt hier op in en versterkt dit. Ze doen dit bijvoorbeeld door in de reclamewereld gebruik te maken van antropomorfisme, lekker woord, maar komt er op neer dat ze dieren afschilderen als mensen. De MacDonalds had bijvoorbeeld back in the days een placemat waar een grappige tekening op stond van twee koeien die samen aan een tafel in een tuttige woonkamer zaten en je vroegen om alsjeblieft toch een kipburger te eten. Door dit zo te doen zien we de koe niet meer als een dier met zijn lieve ogen en al zijn prachtige eigenschappen, maar als een ding. Wat ons schuldgevoel verminderd. Het dier wordt gezien als iets wat ons als mens hoort te dienen en dit is vrijwel altijd op een negatieve manier.

Wat ik dus wil doen, is dieren weer dichter bij ons brengen. Laten zien hoe bijzonder dieren zijn, in de hoop dat mensen hier door een nieuw soort respect kunnen opbrengen, al is het maar voor even. Ik heb zelf heel duidelijke standpunten wat bioindustrie en dergelijke betreft, maar ik wil dit niet aan anderen opdringen. Ik wil niet met vingertjes wijzen en laten zien hoe slecht iedereen is die een bontjas heeft (al vind ik dit wel extreem afschuwelijk), maar ik wil het op een meer positieve manier aanpakken. Om dit te doen gebruik ik die MacDonalds strategie, ik breng mens en dier samen in één ding, maar dan andersom. Ik geef mensen eigenschappen van dieren die ons kunnen helpen. Ik breng de meest menselijke problemen die wij hebben, samen met eigenschappen die dieren hebben en die deze op zouden kunnen lossen. Zo maken we gebruik van dieren op een positieve manier en betrekken we het meer op onszelf, zodat we makkelijker in zien hoe bijzonder dat dier is. We zijn namelijk ontzettend egocentrische wezens.

De menselijke problemen die ik op wil lossen werden me al snel duidelijk. Het moesten psychische sociale problemen worden, problemen die een dier nooit zou hebben. Om dit wat concreter te maken zijn dit sociale fobieën geworden. Dus ik combineer sociale fobieën met eigenschappen van dieren die deze op zouden kunnen lossen. Voorbeeld! Laliophobia, dit is de angst om te spreken. Deze combineer ik dan met de zeekat (of sepia), een octopus-achtig diertje dat communiceert met zijn soortgenoten door de kleur en structuur van zijn huid aan te passen. Of een ander voorbeeld; Agoraphobia, de angst om een veilige plek te verlaten. Deze combineer ik met de pissebed, een insect dat altijd zijn eigen veilige plek bij zich heeft, namelijk hijzelf. Hij rolt zichzelf op als hij zich bedreigd voelt. Nou goed, ik denk dat dat wel duidelijk is.

En wat ik dus aan het maken ben is een boek vol illustraties waarbij elk dier/fobie een hoofdstuk heeft waarin ik deze samen breng en uit leg. Ik zal een paar kleine dingetjes laten zien, zijn nog niet heel representatief want er moet nog véél aan gebeuren en ik wil nog niet alles weggeven maar ik wil niet jullie dit hele lange verhaal laten lezen zonder plaatjes te laten zien natuurlijk!

Dit gaat over de Axolotl en de Fobie om oud te worden en/of ouderdom in het algemeen.
Het is in ieder geval wel duidelijk dat het nog heel erg veel tijd gaat kosten en ik nog láng niet klaar ben. Oef, ik ben nu al kapot. Had ik maar iemand om me aan te moedigen of me te helpen! Aargh! Nou goed. Ik bikkel nog wel even een week of 10 door en zal af en toe updaten om te vertellen hoe het gaat. En vragen of feedback zijn altijd welkom!

Advertenties